Opinie: Charles Michel ook in 2020 de eerste minister?

De federale regering is eind van dit jaar ‘midterm’ en dan volgt er voor de politieke partijen een intergalactische periode die duurt tot aan de parlementaire verkiezingen van 2019. Maar we kunnen er vanuit gaan dat de lokale verkiezingen van oktober 2018 het startsein worden voor een lange electorale campagne. Cruciaal daarbij is de vraag hoe de federale en regionale verkiezingen van 2019 worden georganiseerd: op één dag (supersunday) of uit elkaar en zo ja, met welke tussenperiode? Maar hoe liggen de politieke kaarten in het begin van dit jaar en wie zit daardoor in ‘pole position’ voor de functie van eerste minister in het jaar 2020?

De Franstalige kaarten

Deze ‘Svenska Koalition’ heeft een ongewone samenstelling met maar één Franstalige politieke partij en geen meerderheid in die taalgroep. Op haar centrum (rechtse) flank heeft de MR weinig concurrentie. De opkomende PP is nog te klein en het FN heeft (nog) geen structuur in Franstalige België. Bovendien is het credo momenteel ‘de MR tegen de rest’ en dat levert de liberaal/Colbertistische partij zeker geen windeieren op.

De PS ondergaat veel concurrentie van Ecolo maar vooral van de communistische PTB. Deze laatste partij zit in de lift en dat betekent verlies voor de PS. Ook de (terreur)toestanden in diverse Brussels gemeenten, de Waalse (trein)stakingen en het globale andere beleid spelen de PS parten. De winst van de PTB gaat zeker ten nadele van de PS en dit maakt van de MR de grootste Franstalige politieke formatie. Men mag niet vergeten dat na de lokale verkiezingen van 2012, de MR reeds de meeste Waalse burgemeesters heeft binnengehaald. Bovendien houdt het resultaat van de zesde staatshervorming in dat de regionale regeringen met de PS op kop moeten besparen.

De CdH evolueert al langer richting de electorale afgrond en Ecolo dreigt ook verder te verliezen aan de PTB. Met andere woorden: de kaarten liggen erg goed voor de MR in het Franstalig landsgedeelte.

Vlaanderen

Desondanks moeten vriend en vijand toegeven dat Bart De Wever nu al kan bogen op een zeer lange politieke houdbaarheid.

Het Vlaamse politieke landschap is al enige jaren volledig door elkaar geschud en dit als gevolg van de spectaculaire opmars van de N-VA. Deze partij moet wel de Vlaamse regering leiden, maar heeft niet diezelfde functie op federaal vlak. De N-VA heeft daarbij een aantal troeven in handen: ze is de nieuwste partij, de ‘anti-establishment’ partij en vooral, ze heeft één partijvoorzitter die alles domineert. De politieke gevolgen van een mogelijke wissel van dit N-VA leiderschap in 2017 zijn onbekend en dit zowel voor de partij zelf als voor de concurrenten.

Desondanks moeten vriend en vijand toegeven dat Bart De Wever nu al kan bogen op een zeer lange politieke houdbaarheid. De N-VA is ook de meest kritische partij over de immigranten en de Europese Unie, meteen ook niet de twee meest populaire items bij het volk. Ook het feit dat meer en meer EU-regeringen zich kritisch gaan opstellen tegenover deze twee thema’s, komt de grootste Vlaamse partij goed uit. De partij zal wel moeten scoren op fiscaal, budgettair én sociaal-economisch vlak.

Een cruciale vraag is of er een bijkomend zichtbaar hoger netto loon komt in een taxshift II.

Maar deze laatste opmerking geldt ook voor Open VLD. Een cruciale vraag is of er een bijkomend zichtbaar hoger netto loon komt in een taxshift II en of het de bedoeling is om een begrotingsevenwicht te bereiken tegen het eind van deze legislatuur. Noch de N-VA, noch de Open VLD kunnen zich nieuwe hogere taksen permitteren. Dit maakt dat het bereiken van dit evenwicht alleen mogelijk is via een sanering van de sociale zekerheid. De sleutel ligt hier bij de Open VLD. Want het bereiken van een kleiner begrotingstekort kan alleen maar gehaald worden met drie budgettaire ingrepen: meer ontvangsten en/of besparen op de uitgaven en/of het ‘target’ verplaatsen, met andere woorden het Europees verplicht evenwicht uitstellen. Uiteraard rekent deze Zweedse coalitie ook op de hogere economische groei en de lagere loonlasten als gevolg van de taxshift I. Dit laatste mag dan al een historische ingreep zijn, ze moet nu wel worden vertaald in meer tewerkstelling.

Het nieuwe denken over het confederalisme bij de N-VA is nogal logisch, want dat is de historische ‘core business’ van deze partij. De andere partijen moeten daarbij opletten dat ze het dossier over de staatshervorming niet in monopolie geven aan de grootste partij. Want men kan moeilijk beweren dat de zesde staatshervorming een duidelijke, transparante en werkbare constructie is. In feite zitten de kiemen van een zevende staatshervorming reeds ingebakken in de huidige zesde. De N-VA zal wel een begrijpbaar plan moeten voorleggen inzake het confederalisme. Tevens moet duidelijk de band worden aangetoond tussen een nieuwe staatshervorming en het voordeel daarvan met betrekking tot de sociaal-economische en budgettaire dossiers.

Langs de andere kant heeft de N-VA twee electorale pijlers: de staatshervormingsgezinden en de grotere groep sociaaleconomisch hervormingsgezinden. Deze snel gegroeide partij zal daar electoraal strategisch goed rekening mee moeten houden en dit om haar huidige toonaangevende plaats in de partij ranking te behouden. Een opvallend gegeven is wel dat de N-VA-leden in de federale regering overwegend een positiever bilan kunnen voorleggen dan de zwak presterende Vlaamse regering.

In feite kunnen CD&V, Open VLD en Vlaams Belang alleen maar groeien als ze stemmen weten af te snoepen van de N-VA. Het grootste gevaar voor de N-VA schuilt erin dat CD&V, à la CDA in Nederland, en Open VLD, à la VVD , zich rechtser gaan opstellen. Maar tot op heden is daar weinig van te merken. De christen-democraten hebben hun ACW-getrouwen in de Vlaamse regering gezet en de werkgeversgetrouwen in de federale regering. Daar ziet me nu de gevolgen van. Open VLD van haar kant blijft achtervolgd door de ‘Turteltaks‘.

Het linkse electorale spectrum in Vlaanderen evolueert relatief autonoom van de vorige partijen. Hier valt de groei op van de PVDA en vooral van Groen. Die winst gaat er voornamelijk af bij sp.a. De machtsverhoudingen tussen Groen versus sp.a zullen intens geanalyseerd worden na de lokale verkiezingen van 2018 en dan vooral in de steden Antwerpen en Gent. Als de PVDA in 2019 geen parlementaire zetels weet te behalen, dan blijft de communistische partij een Franstalige bedoening. Ook bij de ecologisten lijkt het erop dat Groen doorstoomt, maar dat Ecolo naar beneden evolueert.

Verkiezingen 2019

Uiteraard gaat de N-VA passen voor de Wetstraat 16.

Als we de tendensen in de huidige peilingen mogen geloven, dan blijft N-VA de grootste partij na de verkiezingen van 2019. Uiteraard gaat deze partij passen voor de Wetstraat 16. Het leiderschap van de federale regering zal opnieuw worden aangeboden aan de bevriende Franstalige partij: de MR. Dit N-VA aanbod zal zeker niet worden bestreden door Open VLD en ook niet door CD&V. Deze laatste partij heeft immers nog weinig affiniteit met haar vroegere zusterpartij CdH. Zodoende heeft MR drie Vlaamse vrienden om de Wetstraat 16 te behouden.

De PS zal dit proberen te bestrijden, maar tegen die Vlaamse vriendenkring van de MR kan ze niet op. Bovendien zou een heruitgave van de huidige Zweedse coalitie de PS maar liefst tien jaar in de federale oppositie zetten. Maar de machtspartij, die de PS toch is, kan de MR wel verleiden met regionale regeringsdeelnames en dit dan om in ruil federaal terug te mogen meedoen. Zodoende kunnen de twee belangrijkste Franstalige politiek partijen alles onder elkaar verdelen. De vraag stelt zich dan wel wie de Vlaamse tegenhangers worden in een dergelijke federale constructie? Of gaat de PS ook in 2019 een zevende staatshervorming vragen om zijn Waalse belangen veilig te stellen?

Charles Michel

De concurrent van Michel is de Machiavelli van de Belgische politiek: Didier Reynders.

Uit de voorgaande analyse kunnen we alleen maar besluiten dat de Wetstraat 16 ook nog in 2020 door de MR bemand zal worden. Is er een interne concurrent voor Michel? Het antwoord op die vraag luidt: ja. Uiteraard gaat het dan om de Machiavelli van de Belgische politiek: Didier Reynders. Die zit wel op Buitenlandse Zaken en zijn naam wordt genoemd voor allerlei internationale topfuncties. Bij de verdeling van die functies heeft de MR trouwens een uiterst belangrijk voordeel, ze is met name de enige Franstalige regeringspartij en Reynders heeft een goed imago in de internationale pers. Desondanks zou een vertrek van Reynders een aderlating van kennis zijn voor de MR.

Desalniettemin is de huidige bewoner van de Wetstraat 16 populair in Vlaanderen, spreekt goed Nederlands en heeft veel steun van diverse Vlaamse politieke partijen. Zodoende liggen de huidige politieke kaarten gunstig voor Charles Michel om de Lambermont 2 en de Wetstraat 16 nog steeds te bemannen in het jaar 2020.

Prof. H. Matthijs (UGent & VUB)

Een interview hierover met Prof. Matthijs hierover is te bekijken op zaterdag 13 februari vanaf 18u. Daarna doorlopend in onze nieuwslus.

Facebooktwittermail