Het Vlaams parlement bestudeert de vergoedingen en pensioenen van de parlementsleden

Besparen is in de politiek meer dan ooit het codewoord geworden. Daarom besliste de federale regering begin dit jaar dat ook in Kamer en Senaat de vinger op de knip moest. De basisvergoeding van de parlementsleden werd teruggeschroefd met 5%. Ook de extra’s voor bijzondere functies werden ingeperkt, en al wie zetelt in het parlement had voortaan pas na 36 in plaats van 20 jaar recht op een volwaardig pensioen. Maar de federale besparingsdrang werd niet blindelings gevolgd door de parlementen van de deelstaten. Zij hekelden vooral het gebrek aan onderling overleg tussen de verschillende assemblees. In het Vlaams parlement weerklonk de roep om een autonome beslissing te nemen steeds luider. Al kan dat juridisch gezien voor de nodige problemen zorgen. Zo is er onder meer een wet die bepaalt dat de vergoeding van regionale parlementairen niet hoger mag liggen dan die van de volksvertegenwoordigers in Kamer en Senaat.


Om zelf op een goed geïnformeerde manier bepaalde knopen te kunnen doorhakken, bestelde het Vlaams parlement een benchmarkstudie. In die vergelijkende analyse wordt het financieel statuut van de Vlaams parlementsleden vergeleken met de situatie op de Vlaamse arbeidsmarkt en in andere parlementen. Actua-TV was aanwezig op de voorstelling van de resultaten van de studie, en sprak na afloop met parlementsvoorzitter Jan Peumans.

Facebooktwittermail

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*