De federale regering is tevreden over loonakkoord

De lonen in de privésector mogen de komende twee jaar met 1,1 procent stijgen. Dat zijn de vakbonden en werkgevers, verenigd in de Groep van 10, overeengekomen. Er is ook een verhoging van de uitkeringen en pensioenen afgesproken, en de instapleeftijd voor brugpensioenen wordt voor bedrijven in moeilijkheden versoepeld.

Na negen uur onafgebroken onderhandelen werd er dan toch een sociaal akkoord bereikt. Zo zullen de lonen in 2017 en 2018 met 1,1 procent mogen stijgen, bovenop de automatische verhoging door de indexering. Als het leven duurder wordt, dan stijgt ook uw loon mee. De loonopslag die in het loonakkoord werd afgesproken mag de 1,1 niet overschrijden, maar door de stijgende levensduur komt daar bovenop de indexaanpassing, plus 2,9 procent. In totaal zullen de lonen in de privésector de komende twee jaar met 4 procent stijgen.


Naast de lonen is er ook een akkoord over de pensioenen en uitkeringen. Daar zijn de hoogste stijgingen bestemd voor de uitkeringen voor diegenen die het verst onder de armoedegrens liggen. Zoals de uitkering voor ouders die verlof nemen voor de zorg van hun kind. Voor de vakbonden was het ook belangrijk dat er een versoepeling komt voor de instapleeftijd bij brugpensioenen. Voor bedrijven in moeilijkheden was dat in 2016 nog mogelijk op 55 jaar. Normaal gezien zou de regering het dit jaar opgetrokken hebben naar 57 jaar, maar de sociale partners brengen dat op 56 jaar voor de komende twee jaar.

Vakbonden en werkgevers moeten het akkoord nu nog voorleggen aan hun sociale partners. Maar tijdens het vragenuurtje in de Kamer klinken heel wat parlementsleden van zowel meerderheid als oppositie opgelucht. ‘Dit akkoord brengt sociale vrede en stabiliteit’, aldus minister van Werk, Kris Peeters.

Actua-Parlement, donderdag 12 januari 2017 vanaf 18u op Actua-TV. Daarna doorlopend te bekijken in onze nieuwslus.

Facebooktwittermail